26 december
„Ik ken Hem, want Ik kom van Hem en Hij heeft Mij gezonden.” Joh.7:29
Lezen: Hebreeën 10:1-19 (Ga naar dit bijbelgedeelte)
De uitgebreide offerdiensten van het Oude Testament hebben wel over verzoening gesproken, maar nooit werkelijk verzoening gebracht. Het onafgebroken brengen van offers heeft nimmer degenen die ze brachten kunnen volmaken. Het was slechts een schaduwdienst, een heenwijzing naar wat nog komen moest. De offerdiensten wekten een verlangen naar daadwerkelijke verlossing en volmaking, want door de offerdiensten werd de zonde in gedachtenis gebracht. De zonde werd er niet door weggenomen. Ieder die een offer bracht, merkte al te duidelijk in zijn leven dat het bloed van stieren en bokken de zonde niet wegnam. Daarom zegt David, hoewel alle offers naar de wet van God gebracht werden: „Slachtoffer en offergave hebt Gij niet gewild, maar Gij hebt Mij een lichaam bereid”. Dit is een profetisch woord uit een psalm van David (Ps.40:7). Hij sprak niet over zichzelf, maar over de David-Zoon, de Messias! Deze, direct na de zondeval beloofde zoon, zou het volmaakte Lam Gods worden! God Zelf zou neerdalen in de gestalte van een mens, als een volmaakt mens. Niet volmaakt naar onze maatstaven, maar volmaakt, omdat Hij volkomen gewillig Zich beschikbaar stelde om de wil van God te doen. Hij kwam niet op aarde als een sterke, onoverwinnelijke held, maar als een zwak, klein kind, voor wie de meest vanzelfsprekende voorbereidingen niet eens gemaakt waren. Geen plek om geboren te worden dan een stal. Neen, de mensen hadden zich niet voorbereid, maar in de Boekrol stond al van Hem geschreven. Hij kwam om Gods wil te volbrengen, op een aarde vol geweldenarij! Hij is gekomen voor mensen die naar Hem niet meer vragen, maar naar wie Zijn onbegrensde liefde is blijven uitgaan tot op de huidige dag.

 

Note: The daily meditations and Bible readings are currently up-to-date until and including June 30. We will make sure to stay ahead of the actual date!

Share This